12 regels


1. Het is verboden de schietbaan te betreden zonder voorafgaande toestemming van de baancommandant.
2 . De baancommandant is op de schietbaan de verantwoordelijke man/vrouw. Zijn/haar aanwijzingen dienen onmiddellijk te worden opgevolgd.
3. Het is verplicht bij het betreden van de schietbanen gehoorbeschermers te dragen.
4. Bij het commando “Vast Vuren” dienen alle schutters het vuren onmiddellijk te staken.
5. Behandel elk vuurwapen altijd alsof het geladen is.
6. De geweren dienen met open grendel, zonder magazijn, met de loop omhoog naar het schietpunt vervoerd te worden. Vuistvuurwapens mogen uitsluitend op het schietpunt uitgepakt worden. Nooit met een wapen met een gesloten grendel de baan aflopen!
7. Wapens moeten bij het hanteren altijd in de richting van de kogelvanger wijzen; óók bij het laden of bij een storing van het wapen.
8. Bij een storing van het wapen dient men het magazijn eruit te halen, het wapen in de veilige richting neer te leggen en de baancommandant te waarschuwen. Ook storingen bij munitie (weigeraars) of het zoekraken van munitie dient men direct te melden bij de baancommandant.
9. De schutter moet er zich na het beëindigen van de schietoefening terdege van overtuigen, dat het wapen niet meer geladen is en dat er zich geen patroon meer in de kamer bevindt.
10. Men mag nimmer een wapen ter hand nemen van een andere schutter. Alleen met uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of beheerder van het desbetreffende wapen.
11. Wapens die niet in gebruik zijn dienen zichtbaar ontladen te zijn.
12. Het gebruik van alcoholische drank vóór of tijdens het schieten is niet toegestaan.